Search

“Bouwen aan een financiële sector die het leven dient”


Ze is een rijzende ster onder economen: Kate Raworth. Met haar bestseller Donut Economie: in zeven stappen naar een economie voor de 21ste eeuw

werpt de Oxford-onderzoeker een radicaal nieuwe blik op starre dogma’s. Onze verslaving aan economische groei, de blinde vlek voor het welzijn van mens en natuur en het heilige geloof in een efficiënte markt: Raworth schopt de heilige huisjes één voor een onderuit. “We hebben een economie die altijd moet groeien, ongeacht of die ons wel of niet doet gedijen, maar we hebben juist een economie nodig die ons doet gedijen, ongeacht of die wel of niet groeit.”

De Financial Times noemt haar boek “een bewonderenswaardige poging om ons economisch denken te verbreden”. De Britse krant The Guardian roept Raworth uit tot de nieuwe Keynes. Het Algemeen Dagblad wordt er evenwel “misselijk en verdrietig van” en benoemt haar boek als “het intellectueel armoedigste en meest ergerniswekkende economieboek van 2017.” Daarentegen beschrijft Robert Went, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Kate Raworth als “een vrouwelijke econoom die een toegankelijk en breed boek schrijft over de toekomst van onze economie, daar volle zalen mee trekt en hoog mee scoort op eindjaarslijstjes - dat gebeurt niet elk jaar! Kate Raworth haalt in haar boek veel overhoop, verbreedt je blikveld en zet je aan het denken”, aldus Went.

Het was kortom de hoogste tijd voor het New Financial Magazine om Kate Raworth uit te nodigen voor een persoonlijk gesprek. Enig geduld om tot die afspraak te komen was daarvoor zeker nodig. Raworth is drukker dan ooit tevoren. Zojuist teruggekeerd als spreker tijdens het World Economic Forum in Davos, doet de kans zich voor om een uur met haar van gedachten te wisselen.

Visuele framing

“Wat als we in de economie nu eens niet begonnen met de gevestigde theorieën, maar met de lange termijndoelen voor mens, natuur en samenleving, en van daaruit op zoek gingen naar het economische denken dat ons in staat zou stellen die doelen te verwezenlijken?”, aldus Raworth die als snel bevlogen spreekt over hoe het niet verder kan met het economisch doen en laten van vandaag de dag ofwel het

neoliberale verhaal van de 20ste eeuw, waarin we tot aan de rand van de ondergang gaan. In plaats daarvan ziet ze het als de belangrijkste opdracht voor de 21ste eeuw om nieuwe economieën te creëren die het welzijn van alle levende wezens op planeet aarde dient. “Dit begint met de erkenning dat elke economie – van lokaal tot mondiaal – is ingebed in de samenleving en in de natuur. De eerste stap is heel eenvoudig. Pak gewoon een potlood en begin te tekenen”.

Kate Raworth is heel visueel ingesteld en ziet de kracht van beelden als een gouden sleutel om tot vernieuwing van de economie te komen. “Door de maar al te bekende kracht van woorden te combineren met de verborgen kracht van het visueel maken v, gunnen we onszelf een veel grotere kans om een nieuw economisch verhaal te schrijven – het verhaal dat we zo wanhopig hard nodig hebben voor een veilige en rechtvaardige eenentwintigste eeuw.”

De donut

“Zelf heb ik een donut getekend. Ik houd ervan om speels te zijn, en een beetje humor te gebruiken. Ik probeerde mijn doelstellingen in een tekening te vatten, en hoe belachelijk het ook klinkt, het resultaat leek op een donut – ja, zo’n Amerikaanse donut, met een gat in het midden. Het gaat me daarbij vooral om de concentrische cirkels. Binnen de binnenste cirkel – het sociale fundament – bevindt zich menselijke ellende zoals honger en analfabetisme. Buiten de buitenste ring – het ecologische plafond – bevindt zich de aantasting van de planeet, door bijvoorbeeld klimaatverandering en afnemende biodiversiteit. Tussen deze twee cirkels in bevindt zich de donut, de ruimte waarin we, binnen de mogelijkheden van de planeet, kunnen voorzien in de behoeften van iedereen. Als het in de eenentwintigste eeuw ons doel is om binnen de donut te komen, welke economische mentaliteit biedt ons dan de grootste kans om dat te bereiken?”

“Teken de verandering die je in de wereld wilt zien plaatsvinden”

De donut is een knipoog naar een nieuwe economie die menswaardig is voor iedereen binnen de natuurlijke grenzen van de aarde. De tekening van de donut is voor Raworth een metafoor, “een kompas voor de 21ste eeuw.”

Tussen het sociale fundament van menselijk welzijn en het ecologische plafond van planetaire grenzen, bevindt zich de veilige en rechtvaardige ruimte voor de mensheid. Wat mij betreft behoort kwaliteit van leven voor mens en natuur het centrale uitgangspunt te zijn in ons economische denken.”

Voor Raworth bevat haar donuteconomie een uiteenzetting van een optimistische visie op de gemeenschappelijke toekomst van de mensheid: een mondiale economie die dankzij haar distributieve en regeneratieve ontwerp een florerend evenwicht creëert. “Volg elke dag het nieuws, en de mogelijkheid van de ondergang – maatschappelijk, ecologisch, economisch en politiek – voelt heel reëel aan. Het is niet moeilijk om te denken dat het glas van de mensheid halfleeg is. Wanneer je je laat meeslepen door deze angsten, kun je al snel kiezen voor een ondergangs- en overlevingseconomie, die net als alle krachtige ‘frames’ ertoe kan bijdragen dat dit een voorspelling wordt die vanuit angstige verbeelding ook werkelijkheid wordt. Er zijn echter ook genoeg mensen die nog wel het alternatief zien, de toekomst van het halfvolle glas, en die van plan zijn die te verwezenlijken. Ik reken mezelf hiertoe.”

Raworth benadrukt gepassioneerd het belang dat we binnen ons economisch denken allereerst oog hebben voor de primaire basisbehoeftes van elk mens, niemand uitgezonderd. Tegelijkertijd is het onze raak om de natuur, de biodiversiteit te beschermen. “De essentie van de donut is een sociaal fundament van welzijn waar niemand onder mag zakken, en een ecologisch plafond dat wordt gevormd door de maximale druk op de planeet, en dat dus niet mag worden doorbroken. Tussen deze twee cirkels bevindt zich een veilige en rechtvaardige ruimte voor iedereen.”

“De binnenring van de donut – het sociale fundament – wordt gevormd door de primaire levensbehoeften waaraan niemand op aarde gebrek zou mogen hebben. Tot deze twaalf basisbehoeften behoren onder meer: voldoende voedsel; drinkwater en behoorlijke sanitaire voorzieningen; toegang tot energie en de mogelijkheid om hygiënisch te kunnen koken; toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, fatsoenlijke huisvesting; een minimuminkomen en behoorlijk werk; en toegang tot informatienetwerken en sociale ondersteuning. Bovendien moet bij het verwezenlijken van deze zaken voldaan worden aan eisen als seksegelijkheid, gelijke sociale kansen, democratische inspraak, vrede en gerechtigheid.”

“De buitenring van de donut – het ecologisch plafond – gaat over het behoud en bescherming van de levenwekkende systemen van de aarde. In 2009 boog een internationale groep van wetenschappers die zich bezighouden met de aardsysteemkunde over de vraag wat is er nodig is om de gunstige omstandigheden in stand te houden: het stabiele klimaat, voldoende drinkwater, grote biodiversiteit en gezonde oceanen. Men onderscheidde negen kritieke processen – zoals het klimaatsysteem en de zoetwatercyclus – die er samen voor zorgen dat de aarde de omstandigheden van het Holoceen kan continueren.”

Drijfveren

Op de vraag waar de passie van Raworth, haar grote betrokkenheid voor het welzijn van mens en natuur vandaan komt, valt de vlot bespraakte econoom plotseling eventjes stil. “Ik weet het niet, ik weet het echt niet. Het is me niet met de paplepel ingegoten door mijn vader en moeder. Ze leefden een traditioneel economisch leven voor waarin ik een gelukkige jeugd heb ervaren. Mijn vader had als zakenman helemaal weinig of niets met het gedachtegoed waarvoor ik sta. Inmiddels is hij overigens wel een fan van me, dat doet me goed. Wel herinner ik mezelf als 14-jarig meisje hoe ik opgroeide in een nette buurt iets buiten Londen en diep werd geraakt bij het zien van een dakloze man op straat. Ik begreep het niet en was er ook een beetje bang van. Hoe was zoiets mogelijk? Waarom moest iemand op straat leven? Ik brak door m’n angst heen en wierp hem een warm broodje toe wat ik speciaal voor hem had gekocht. Ik durfde het hem niet rustig te overhandigen, dat vond ik te eng. Vanaf m’n tienerjaren kreeg ik oog voor het menselijk welzijn. En ook voor de natuur. In dezelfde buurt waar de man op straat leefde, stroomde een rivier waar door de mensen veel afval werd weggegooid. Dat raakt me ook in het hart. Ik wilde dat graag anders zien en organiseerde met kinderen uit de buurt een grote opruimactie. Ja, mens en natuur, hadden al snel al mijn belangstelling, maar waarom … ik weet het echt niet.”

Sociale rechtvaardigheid en milieu

Als tiener groeide Raworth op in de jaren tachtig. “Ik zag een gat in de horizon, hongersnood in Ethiopië, de Exxon-olieramp. Tegen de tijd dat ik naar de universiteit ging, wilde ik de wereld veranderen. Helpen om de samenleving te verbeteren. Daarom ben ik economie gaan studeren. Ik zag economie als de moedertaal van de beslissers in de politiek en het bedrijfsleven. Die taal wilde ik leren. Als ik die taal zou kunnen spreken, dan zou ik goed uitgerust zijn om te gaan werken aan vernieuwing van de samenleving. Maar ik kwam er snel achter dat de economische taal die tot op de dag van vandaag wordt gebruikt in de syllabi van universiteiten het welzijn van mens en natuur opzij schoven. Sociale rechtvaardigheid en milieu kregen weinig of geen aandacht. Je moet daar speciale vakken voor zoeken om daarover iets te leren. Dat is gek, want mens en natuur zouden toch het centrale uitgangspunt van alle lessen economie moeten zijn? Het voelde op een gegevens moment zelfs als te gênant om mezelf als student economie voor te stellen aan een ander. Wie zou er immers econoom willen zijn? Ik heb m’n boeken uit het raam gegooid en ben daarna de echte wereld ingedoken. Ik ben op zoek gegaan in Zanzibar, werkte voor de Verenigde Naties, voerde campagne bij Oxfam, en werd moeder van een tweeling. Het leven zelf heeft me heet meeste over economie geleerd. We zijn allemaal economen.”

We zijn allemaal econoom

Allemaal econoom? “Ja, we zijn allemaal economen. Elk mens kan vanuit zijn of haar eigen passie een bijdrage leveren aan de vernieuwing van de economie. De oude Grieken spraken over economie als ‘het management van het huishouden’. In de economie van vandaag staat dat huishouden, het welzijn van mens en planeet, allesbehalve centraal. Het wordt tijd dat mens en natuur integraal onderdeel worden in onze kijk op wat economie is. Ik heb het idee dat onze generatie de eerste is die werkelijk begrijpt welke schade we ons planetaire huishouden hebben berokkend, en vermoedelijk de laatste generatie die de kans heeft hier verandering in te brengen. En we weten heel goed dat we als internationale gemeenschap beschikken over de technologie, de kennis en de financiële middelen om een einde te maken aan alle vormen van extreme armoede wanneer we er collectief voor zouden kiezen om dat ook inderdaad te doen. Er is een grote honger in de wereld naar een nieuwe invulling van het begrip economie.”

Vernieuwing onderwijs

Als eerste stap in het bewustwordingsproces ziet Raworth de vernieuwing van het onderwijs in economie. “Ik denk aan mijn tweeling van 9 jaar oud, en alle kinderen van dezelfde generatie, en droom ervan dat tegen de tijd dat ze naar de middelbare school en universiteit gaan ze vanuit een brede, holistische mindset geleerd zal worden over de economie. Wat er op scholen wordt geleerd, vormt de geest van de volgende generatie beleidsmakers en daarmee de samenleving waarin we leven. Ik voel me nauw betrokken bij een actieve beweging van meer dan 65 studentenverenigingen die op dit moment, wereldwijd, in meer dan 30 landen ervan overtuigd zijn dat de tijd is aangebroken om het onderwijssysteem volledig te herzien. Ze zijn ontevreden over de dramatische vernauwing van het curriculum dat zich de afgelopen twee decennia heeft plaats gevonden. Dat gebrek aan intellectuele diversiteit maakt onderwijs en onderzoek allesbehalve krachtig. Het limiteert de mogelijkheden om de uitdagingen van de 21ste eeuw vanuit een groter, holistisch geheel aan te gaan. Of het nu gaat om financiële stabiliteit, voedselvoorziening of klimaatverandering. Het echte wereld mag weer in de klas worden terug gebracht, evenals het debat, de dialoog en pluralisme, diversiteit in theorieën en methoden. Een dergelijke verandering zal het vak en daarmee mens en samenleving vernieuwen. Er komt dan opnieuw ruimte voor het ontdekken, zien en bespreken van oplossingen voor de grootste uitdagingen van deze eeuw.”

Zeven Bouwstenen

In haar boek benoemt Raworth een 7-tal bouwstenen voor de ontwikkeling van een nieuwe economie.

Eén: verander de doelstelling. Meer dan zeventig jaar lang is de economische wetenschap gefixeerd geweest op het bruto binnenlands product (bbp) als belangrijkste indicator van vooruitgang. Die fixatie is gebruikt als rechtvaardiging van de extreme ongelijkheid in inkomen en vermogen, en van een ongekende aantasting van het milieu. De eenentwintigste eeuw heeft een veel bredere doelstelling nodig: het voorzien in de mensenrechten van ieder mens, binnen de mogelijkheden van onze levenwekkende planeet

Twee: kijk naar het grote plaatje. De mainstream economische wetenschap typeert de hele economie met slechts één, extreem beperkt beeld: het kringloopdiagram. De beperkingen hiervan zijn bovendien gebruikt ter versterking van het neoliberale verhaal over de efficiëntie van de markt, de incompetentie van de overheid, het huishouden als iets dat beperkt blijft tot het gezinsdomein, en de ‘tragedie van de meent’ – de onvermijdelijke ondergang van het gemeenschapsbezit. Het is tijd om de economie opnieuw te ontwerpen, om haar in te bedden in de maatschappij en de natuur, en om haar van energie te laten voorzien door de zon. Deze nieuwe karakterisering vraagt om nieuwe verhalen – over de macht van de markt, de staat als partner, de centrale rol van het huishouden, en de creativiteit van de gemeenschap.

Drie: stimuleer de menselijke natuur. Centraal in het economische denken van de twintigste eeuw staat de figuur van de rationele homo economicus: hij heeft ons verteld dat we ons eigenbelang vooropstellen, berekenend zijn, onveranderlijke voorkeuren hebben en de natuur beheersen. En dit portret heeft ons gemaakt tot wie we zijn. De menselijke natuur is echter veel rijker dan dit beeld, zoals blijkt uit de eerste schetsen van ons nieuwe zelfportret: we zijn sociaal, met elkaar verbonden, benaderbaar, onze waarden zijn veranderlijk, en we zijn afhankelijk van de levende planeet. Bovendien is het inderdaad mogelijk om op zo’n manier rekening te houden met de menselijke natuur dat het we meer kans maken om in de veilige en rechtvaardige ruimte van de donut te komen.

Vier: snap de systemen. Het iconische snijpunt van de aanbod- en vraagcurven van de markt is de eerste tekening waarmee elke economiestudent geconfronteerd wordt, maar deze komt voort uit misplaatste negentiende-eeuwse metaforen met betrekking tot mechanische evenwichtstoestanden. Een veel slimmer beginpunt om de dynamiek van de economie te begrijpen, is de systeemtheorie, samengevat in een stel eenvoudige feedback loops of terugkoppelingslussen.

Vijf: richt je op herverdeling. In de twintigste eeuw was er één eenvoudige kromme – de Kuznetscurve – die fluisterend een krachtige boodschap over ongelijkheid uitdroeg: het moet eerst erger worden, wil het beter worden, en de economische groei zal er (uiteindelijk) weer voor zorgen dat het goed komt. Ongelijkheid blijkt echter helemaal geen economische noodzakelijkheid te zijn: het is een ontwerpfout. Eenentwintigste-eeuwse economen zullen erkennen dat er veel manieren zijn om een economie te ontwerpen die de waarde die zij genereert veel beter verdeelt – een idee dat het best kan worden verbeeld als een netwerk van stromen waarin alles en iedereen met elkaar is verbonden.

Zes: creëer om te regenereren. Het economisch denken heeft een ‘schoon’ milieu lange tijd afgeschilderd als een luxeartikel, iets dat alleen de rijken zich kunnen veroorloven. Deze visie werd onderstreept door de van de Kuznetscurve afgeleide kromme van de milieueconomie, die op haar beurt fluisterde dat de milieuvervuiling eerst erger moet worden voordat het beter kan worden, en dat de economische groei het probleem uiteindelijk zal oplossen. Een dergelijke wetmatigheid bestaat echter helemaal niet: ecologische schade is gewoon het gevolg van het degeneratieve karakter van de industrie. Deze eeuw heeft behoefte aan economisch denken dat een regeneratieve industriële productie mogelijk maakt, om zo een circulaire – in plaats van een lineaire – economie te creëren en ervoor te zorgen dat de mensen weer onderdeel worden van de gezonde levenscycli van de aarde.

Zeven: wees agnost als het om groei gaat. In het economisch denken is er één diagram dat zo gevaarlijk is dat het nooit daadwerkelijk getekend wordt: de ontwikkeling van de groei van het bbp op de lange termijn. De mainstream economische wetenschap beschouwt eindeloze economische groei als een noodzaak, maar in de natuur is er niets dat eeuwig groeit. En de poging om tegen deze trend in te gaan zou in landen met hoge inkomens maar een lage groei slechts tot lastige vragen leiden. Wat we nodig hebben zijn economieën die ervoor zorgen dat wij gedijen, ongeacht of die groeien of niet. Deze radicale omslag in perspectief vraagt ons om agnost te zijn als het gaat om economische groei, en om te onderzoeken hoe economieën die momenteel in financieel, politiek en maatschappelijk opzicht verslaafd zijn aan groei, kunnen leren te leven met én zonder groei.

“Deze zeven manieren om op een eenentwintigste-eeuwse manier over economie te denken dicteren geen specifieke beleidsmaatregelen of institutionele hervormingen. Ze beloven geen kant-en-klare antwoorden op de vraag wat we nu moeten doen, en ze vormen evenmin het complete antwoord. Ik ben er echter van overtuigd dat ze essentieel zijn als we op een radicaal andere manier over economie willen denken, iets wat deze eeuw absoluut nodig is.”

Financiële sector

“Het traditionele verhaal van de financiële markten bestaat uit drie taaie mythen: dat commerciële banken niets anders doen dan het spaargeld van mensen omzetten in investeringen; dat financiële handel de fluctuaties van de economie opvangt en stabiliseert; en dat zodoende de financiële sector een waardevolle dienst verleent aan de productieve economie. Door de financiële crisis van 2008 zijn alle drie mythen overduidelijk doorgeprikt. Banken doen veel meer dan simpelweg spaargeld uitlenen; in de vorm van kredieten creëren ze op magische wijze geld. De financiële sector bevordert niet de stabiliteit, maar zorgt onvermijdelijk voor voortdurende verandering. En in plaats van waardevolle diensten aan de productieve economie te leveren, maakt zij inmiddels zelf de dienst uit.”

“Het wordt tijd om dit op zijn kop gezette scenario weer recht te zetten en de financiële sector zo te reorganiseren dat die weer ten dienste komt te staan van de economie en de maatschappij. Dat nodigt ook uit om na te denken over de wijze waarop geld door commerciële banken uit het niets gecreëerd kan worden en wat ervoor nodig is om een rentevrije economie te realiseren. Bouwen aan een financiële sector die het leven dient is wellicht de grootste zegening die je mens en natuur kunt geven.”


Website Kate Raworth